Buigpeesletsel
De buigpezen lopen aan de palmzijde van de hand en vingers. Zij zorgen ervoor dat de vingers en de duim kunnen buigen. Wanneer een buigpees beschadigd of doorgesneden is, kan de vinger niet meer goed bewegen.
Ontstaanswijze van buigpeesletsel
Buigpeesletsel ontstaat meestal door een diepe snijwond aan de binnenzijde van de vinger, hand of pols. Een verwonding door glas, een mes of een ander scherp voorwerp kan behalve de buigpees ook zenuwen en bloedvaten beschadigen. Soms ontstaat er letsel zonder zichtbare wond, bijvoorbeeld wanneer een buigpees bij een krachtige beweging van het bot losscheurt. Dit wordt gesloten buigpeesletsel genoemd.
Symptomen en verschijnselen van buigpeesletsel
Bij een buigpeesletsel kan een vinger of de duim niet of minder goed gebogen worden. Welke beweging niet meer lukt, hangt af van de plaats en de ernst van het letsel. Vaak zijn er ook pijn, zwelling en een wond aan de palmzijde van de hand of vinger. Wanneer ook een zenuw beschadigd is, kan het gevoel in een deel van de vinger verminderd zijn.
Diagnose van buigpeesletsel
De arts of handchirurg zal vragen hoe het letsel is ontstaan en onderzoekt welke gewrichten nog bewogen kunnen worden. Ook wordt gekeken naar de doorbloeding en het gevoel van de vinger. Soms is aanvullend onderzoek nodig, bijvoorbeeld een röntgenfoto om een botbreuk of een vreemd voorwerp op te sporen. Bij een diepe wond of wanneer een vinger niet meer goed kan buigen, is het belangrijk om het letsel snel te laten beoordelen.
Behandeling van buigpeesletsel
Wanneer een buigpees volledig is doorgesneden, is meestal een operatie nodig om de uiteinden van de pees aan elkaar te hechten. Bij een gedeeltelijke beschadiging wordt bekeken welke behandeling het beste past. Als ook zenuwen, bloedvaten of botten beschadigd zijn, kunnen deze tijdens dezelfde behandeling worden hersteld. De keuze voor de behandeling hangt onder andere af van de plaats en de ernst van het letsel en van de tijd die sinds het ontstaan verstreken is.
Revalidatie na buigpeesletsel
Na een operatie krijgt de hand meestal enige tijd rust en wordt een spalk gedragen. Daarna begint onder begeleiding van een handtherapeut een zorgvuldig opgebouwd oefenprogramma. De oefeningen zijn nodig om de pees gecontroleerd te laten glijden en verklevingen en stijfheid te voorkomen, zonder de herstelde pees te zwaar te belasten. Het herstel duurt vaak enkele weken tot maanden. De uiteindelijke beweeglijkheid hangt af van het letsel, de wondgenezing en het verloop van de revalidatie.